‘Klassieke muzikanten komen niet in de bewoonde wereld’

In ‘Tijl B. Op Volle Toeren’ komen de werelden van de pop en klassiek bij elkaar en dat levert leuke ontmoetingen op. In het eerste deel dat vanavond te zien is ontmoet André Hazes Junior de charmante operazangeres Maria Fiselier.

Terwijl het artiestenleven van ‘de kleine Hazes’ voornamelijk plaatsvindt in muziektenten en op pleinen van middelgrote steden kent Fiselier het rode pluche van de opera- en concertzalen als geen ander. Mooi om die twee werelden te zien versmelten want met die twee totaal verschillende achtergronden vinden ze elkaar toch. In de liefde voor muziek, maar ook in de taal van een generatie waarin het leuke altijd ‘vet’ is. Zonder teveel te verklappen is de scène dat Maria moet optreden op Dutch Valley bijzonder. De operajurk wordt aangetrokken achter een geïmproviseerd dat bestaat uit Beckand zelf die in de gaten houdt of er niemand naar haar gluurt. Dat doet hij goed trouwen, handig laverend tussen het vrolijke biervermaak van de Lama’s en zijn oprechte liefde voor klassieke muziek.

Ik las dat je direct dacht toen je over het programma hoorde; ze móéten wel bij mij uitkomen. Bel je dan direct de omroepbaas op? ,,Ik dacht wel toen ik het las: de persoon die dit gaat doen, moet niet alleen iets weten van Marco Borsato en The Kik, maar ook van Maria Fiselier en het Nederlands Blazersensemble. Ik las het op Mediacourant en dacht eigenlijk dat Ali B. het zou doen. Twee maanden later kwam ik op de koffie bij de programmadirecteur en die vroeg mij. Het werkt wel goed dat ik die klassieke muzikanten een beetje kan helpen om zich in de popmuziek te bewegen.’’

Jij speelt inderdaad een soort bemiddelende rol. ,,Klassieke muzikanten komen niet in de bewoonde wereld. Als ik aan Bart Schneemann van het Nederlands Blazersensemble vraag om een naam te noemen van een Nederlandse popartiest dan komt hij niet verder dan Marco Borsato. Als Maria op Dutch Valley naar een kleedkamer zoekt dan weet je: ze is nog nooit op een festival geweest. Klassieke muzikanten denken dat hún wereld overal te vinden is, maar dat is niet zo. Ik ben mee geweest met The Deaf naar en popfestival in Limburg en dan laden de bandleden in de stromende regen hun eigen spullen uit. Dominique Seldis, contrabassist van het Concertgebouworkest, gelooft dan zijn ogen niet. Hij vliegt normaal gesproken met het Concertgebouworkest-vliegtuig naar concerten en heeft een begeleider die precies zegt hoe laat hij moet eten. Dus ik zei: Dominique, jij ook sjouwen!’’

En andersom gaat dat ook op natuurlijk. ,,Popmuzikanten zijn straatvechters want ze overleven tussen de zuipende mensen. Ze hebben ook ontzag voor hun klassieke collega’s, dat alles tegelijk begint, dat ze noten kunnen lezen en in een zaal spelen uit 1880. Popmuzikanten voelen zich wel een beetje minderwaardig. André Hazes had een 1 voor muziek op school en Maria was altijd al virtuoos. Maar het gaat ook wel eens mis, Mental Theo zei tijdens het slotapplaus van het Matangi Quartet; doe mij dit nooit meer aan. We hebben hoboïst Schneemann, die door Beatrix is gevraagd om op te treden en gesubsidieerde projecten over de hele wereld doet, gekoppeld aan Jeroen van der Boom wat toch een commerciële jongen is. Maar ergens vinden ze elkaar toch.’’

Kon je de klassieke muziekanten overtuigen om mee te doen? ,,Dat was niet makkelijk. Mensen die de muziek van Jeroen van der Boom goed vinden, vinden hemzelf ook cool, maar bij klassieke muziek werkt dat mechanisme anders. De fans van het Nederlands Blazers Ensemble zeggen: jullie moeten Mozart en Bach spelen zoals het bedoeld is. Zij zijn ambassadeurs van klassieke muzikanten en dat geeft een heel ander soort populariteit. Fans van Hazes weten alles van zijn kind en vrouw, maar een fan van een operazangeres kan zich niet voorstellen dat zij haar hele leven op Instagram zet. Dominique Seldis kan wel optreden met The Deaf in Het Paard in Den Haag, maar The Deaf in het Concertgebouw is geen optie. Het heeft dus ook wel iets van de West Side Story, mensen met verschillende achtergronden die opeens gaan daten.’’

Dat zag je ook bij Maria en André natuurlijk.. ,,Zeker, als zij vertelt dat er wel eens een track is blijven hangen tijdens een voorstelling, zegt hij: bij mij is er wel eens iemand in zijn nek gestoken. Dat is nogal een verschil. Maar het zijn ook allebei jonge, ambitieuze twintigers die zingen voor een groot publiek.’’

Wat vindt jijzelf de prettigste omgeving; de karaokebar met Hazes of Het Concertgebouw in keurig pak? ,,Door mijn vrienden van de Lama’s en de Grote Improvisatie Show kom ik natuurlijk in elke stad ook in de kroegen. En als je optreedt in Leeuwarden dan ga je daarna lekker de stad in en niet naar een klassiek concert. Ik kan me in beide werelden thuisvoelen, maar voor de lange termijn ga ik voor Het Concertgebouw.’