Het Omroep Max-programma We zijn er bijna! is een zeer groot succes. Vorige week keken er maar liefst 1,7 miljoen mensen naar het verslag van dag 18 en 19 van de rondreis van oudere kampeerders door Ierland. Hoe is dat enorme succes van dit cultprogramma te verklaren?
Op de NOS-site staat een analyse van deze populariteit die wel de waarheid lichtjes aanraakt, maar niet helemaal vastpakt. Want ja, natuurlijk is het een verademing om een keer te kijken naar ‘de ultieme vorm van slow-tv’ om met NRC-recensent Hans Beerekamp te spreken.


Ga maar na. Vorige week gingen die vrolijke kampeerders pannenkoeken bakken en bij een beetje tv-programma zie je dan een kort shot van iemand die het baksel even vakkundig keert, maar bij ‘We Zijn er Bijna’ zit je rustig twee minuten te kijken naar beelden van pruttelend deeg. En ja, er zijn ook mensen die een eitje op hun pannenkoek leggen. Hoe zit dat dan precies?, vraagt presentatrice Martine van Os die moeiteloos meedeint in dat ultiem slome tempo.

Dat er wekelijks 34 ArenA’s zitten te kijken naar een groep mensen die hun camper van A naar B verplaatsen heeft echter maar voor een gedeelte te maken met het gebrek aan tempo. Elk populair programma heeft namelijk een verdiepende laag en meestal heeft dat iets met liefde te maken. Die laag is alleen in te bouwen door hele vakkundige tv-makers. Als je kijkt hoe twee mensen samen een hele natte broek droogdraaien (‘het water zit vooral in de broekspijk’) dan denk je als kijker: wat zou het mooi zijn als ik zo ultiem gelukkig kan zijn met helemaal niks. Dat gevoel bepaalt het succes.
Want dat is het natuurlijk. Terwijl wij stervelingen onze verkering met prachtige etentjes, gedichten, bloemen of luchtballontochten proberen te versieren, zijn de mensen in WZEB al tevreden als de aardappeltjes lekker geschild zijn. Die rust, de tevredenheid…waar kom je dat nog tegen? En het mooie is dat het programma zó sloom is dat je alle tijd hebt om daar even lekker rustig over na te denken (of om tussendoor een tweet te sturen naar #WZEB). Neem bijvoorbeeld Walter die vorige week vertelde dat hij veel liever thuis zou zitten dan met zo’n groep mensen door Ierland te trekken. Hij doet het allemaal voor zijn vrouw want die kan hij toch onmogelijk in haar eentje laten gaan? Grote, onvoorwaardelijke liefde dat is het. Liefde die we allemaal wel willen.

Dat gevoel wordt ook versterkt door Martine van Os die – bewust – nooit eens even lekker doorvraagt, maar een beetje meehobbelt in hetzelfde tempo. Martine heeft die kleine geruststellende vragen van onze oma’s van vroeger. ‘Moet je geen jas aandoen want het trekt behoorlijk fris op?’ Dat is Martine. Slecht onderbouwde, impulsieve woede doet het altijd goed op Twitter, maar een gemeenschappelijk gevoel ook. In plaats van dat we twitteren over een ergernis, een verkeerde mening, gaat het nu over bewondering. Bewondering dat de onvoorwaardelijk liefde nog bestaat.