Interview Dennis van de Ven (Nieuwe Revu)

‘Het is mijn tweede natuur om lol te zien in alles wat schrijnend is’

Theater- en tv-maker Dennis van de Ven (39) weet één ding zeker. Hij wil alleen nog maar ‘mooie dingen voor de mensen’ maken met Jeroen van Koningsbrugge. ‘Voor je het weet, verzandt je in allerlei afspraken die je zelf niet hebt gemaakt.’ 

Hoe kwam dat censuurverhaal van de bokspartij tussen Allah en God eigenlijk de wereld in?
‘Stom. Ik vertelde het tegen een journaliste van het AD en zij ging daarmee op de loop, maar er was niet zoveel aan de hand. Bij de montage bespreken we nu eenmaal altijd met mensen van Talpa en de Avro wat er meegaat. Door het ‘scramblen’ bleef er van die scène gewoon te weinig over.’

Er werd gesproken over censuur.
‘Daar is natuurlijk alleen sprake van als de Avro het perse níét en wij wel willen uitzenden. Maar we besloten het samen.’

Hoe verloopt de samenwerking met de omroep?
‘Er is meer overleg dan bij de VPRO, maar daar hebben we geen moeite mee. In de aanloop naar het derde seizoen van Neonletters vonden ze dat het percentage herkenbare grappen iets omhoog kon. We zijn nogal van het absurdisme en dat moesten we iets meer in balans komen.’

Jullie waren tegen natuurlijk.
‘Het is juist de uitdaging om na te denken over een breder publiek terwijl je jezelf blijft. Het is ook lekker om ook snelle, actuele grappen te bedenken. Die absurditeit vertegenwoordigde meestal mijn wereld en daarom schrijft Jeroen tegenwoordig ook twee dagen mee. Anders gaan die kijkers alleen in mijn hoofd zitten.’

Die oude fans van Draadstaal beginnen zich wel te roeren op internet.
‘We zitten nu, net als bij Draadstaal, rond de 350.000 kijkers. Pas een week voor de uitzending in september 2010 was de overstap van productie-bedrijf CCCP naar Talpa rond. We begonnen helemaal op nul omdat we niets mochten meenemen. Kijkers misten Fred en Ria, Ruben en de snackbar gewoon. Vervolgens kwamen in seizoen 2 Fred en Ria terug en toen werd het dus een rechtszaak. Wat we zelf hadden bedacht, was niet meer van ons.’

Jullie moesten keihard knokken om jullie absurditeiten op TV te krijgen, maar daarna ging er veel mis.
‘We willen leuke filmpjes maken voor de mensen. En als je ziet wat er allemaal aan ruis bijkwam, is dat inderdaad triest. Al rennend gingen we struikelend de toekomst tegemoet. Het was heel heftig, maar we raakten er ook aan gewend.’

Hoe kwam het dat CCCP zich eigenaar voelde van jullie creaties?
‘Tijdens je relatie denk je dat het allemaal goed zit, maar daarna krijg je ruzie over de CD’s.’

Probleem was natuurlijk dat jij ooit iets ondertekende waarin staat dat je je intellectueel eigendom afstaat.
‘Maar waar houdt intellectueel eigendom op? Kan ik wel twee nieuwe mensen uit Amsterdam Noord verzinnen die spreekwoorden verkeerd uitspreken? We zouden eigenlijk een bodemprocedure moeten voeren van een half jaar, maar wij wilden een programma maken.’

Maar wat was het argument van de rechter?
‘Er lag inderdaad een document dat door mij ondertekend is. Maar dat document was oorspronkelijk een ‘herenakkoord’. Gaandeweg werd het opeens een wurgcontract.  Ze staan in hun recht, maar het is de vraag welk doel CCCP hiermee heeft gediend. Niemand is er beter van geworden.’

Baal je ervan?
‘Het maakte mij verdrietig, maar ik moet focussen op mijn creativiteit. Het verdriet is dat ik niet zag aankomen hoe vrienden rancuneus konden worden. Jeroen en ik zijn als vrienden een traject ingegaan en daar zaten anderen echt aan. Misschien gaan we die bodemprocedure ooit voeren. Puur om collega’s te helpen want wij zullen die typetjes waarschijnlijk nooit meer spelen.’

Verwijt je jezelf ook iets?
‘Volstrekte naïviteit. Op de toneelschool kwam er ooit één dag iemand van de Kamer van Koophandel iets vertellen over dit soort zaken, maar verder was er weinig aandacht voor. Er komt een tijd dat je je creatieve product moet verkopen én beschermen. Iemand als Damien Hirst zal dat allemaal wel aardig voor elkaar hebben. Jeroen en ik wilden daar weg, maar we zijn ingehaald door de consequenties van dat besluit.’

Hebben jullie afspraken met de Avro over kijkcijfers?
‘Dat ligt rond de 400.000 kijkers en daar komen we eind bij in de buurt. Uiteindelijk beslist de zendercoördinator straks of we nog bij Nederland 3 passen en het hangt ook af van de bezuinigingen op de publieke omroep. Wat vaststaat, is dat Jeroen en ik mooie dingen willen maken de komende jaren.’

Is het prettig om een vriend zoals Jeroen te hebben?
‘Met zijn brutaliteit heeft hij me deze wereld in getrokken. In het begin verlamde ik mezelf met zelfkritiek. Niets liever dan zingen wilde ik, maar ondertussen verzon ik allerlei redenen om het niet te doen. In de eerste driekwart jaar van de Toneelschool kreeg ik de aantekening ‘onvoldoende zonder perspectief’; het is niks en het gaat nooit wat worden. Pas vanaf het moment dat ik de school ging gebruiken voor mijn eigen ambities in plaats van andersom ging het stukken beter. Toch bleef er iets van twijfel over en Jeroen is iemand die je dan gewoon meeneemt. En hij is natuurlijk ook grappiger dan ik.’

Dat is waar.
‘Dat zei je wel erg snel, maar het klopt. Jeroen zit meteen op de grap terwijl ik dat allemaal moet verzinnen. Jeroen is ook veel bekender dan ik, maar daar ben ik niet rouwig om.’

Wat heeft hij aan jou?
‘Ik kan hém door mijn vreemde gedachtesprongen, ideeën en teksten inspireren dus de liefde is wederzijds. We hebben trouwens ook wel eens ruzie, maar dan stuur ik hem een lange mail met wat me allemaal dwarszit en dan is het zo weer goed.’

Waarover kan dat gaan?
‘Jeroen doet soms veel tegelijk en dan zit ik weer met mezelf te sparren. Op mijn verzoek schrijft hij nu twee dagen mee. Daardoor wordt het allemaal iets directer, maar de absurditeit blijft. Zo hebben we een vrij klassieke scène met twee rechters die, net zoals in de Breivik-case, bespreken wat ze allemaal op Facebook hebben staan. Maar de locatie is een roltrap en die roltrap is eigenlijk langer dan het gesprek dus de kijker raak in de war. Dat vind ik nou grappig.’

Je zoekt balans tussen de gewone goede grap en het bizarre van het bestaan?
‘Ik moet het handvat vinden van mijn eigen eigenaardigheden naar het grote publiek.’

Wat is jouw eigenaardigheid?
‘Ik vond de wanhopige webcammer Ruben heerlijk om te spelen omdat ik daar mijn gekte in kwijt kon. Er was altijd een hoop gedoe bij ons thuis vroeger en de enige manier om daarmee om te gaan, was grappen maken. De lol inzien van alles wat schrijnend is, is – mede daardoor – mijn tweede natuur geworden. Ik heb een enorme voorliefde voor de spartelende mens. Ooit liep ik door het Vondelpark om mensen te interviewen en ik stuitte op een wat verstrooide gedistingeerde dame met in haar hand een doorzichtig tasje met daarin een handgeschreven brief en een bloem. Dan is mijn nieuwsgierigheid wel gewekt. Krankzinnigheid is een gezonde reactie op een ongezonde situatie, zei iemand eens tegen me. Ik hou van mensen die niet meedoen aan het grote spel. Je kunt nu eenmaal niet aan een kind vragen dat net geboren is: wil je eigenlijk wel meedoen aan het kapitalisme?’

En doe je zelf eigenlijk mee?
‘Op momenten dat ik even geen verplichtingen heb, mag ik mij graag ontkoppelen. Dan kijk ik hele nachten, puur associatief, naar filmpjes op You Tube. Op die momenten ben ik diep gelukkig met het feit dat mijn leven anders is gerangschikt dan de mensen bij wie de wekker gaat. Voor je het weet, verzandt je in allerlei afspraken die je zelf niet hebt gemaakt.’

Je doet zelf dus niet mee.
‘Dat gaat allemaal vanzelf, soms ben ik een kluizenaar. Tijdens Koninginnedag kijk ik met de gordijnen dicht twaalf afleveringen van 24, heerlijk om in zo’n cocon te zitten. Door die houding ten opzichte van dit wonderbaarlijke leven mis ik trouwens wel een gedeelte dat ook als inspiratie kan dienen. Ik ben niet getrouwd en heb geen kinderen of rijbewijs.’

Je neemt wel veel op je schouders.
‘Ik kan in de war raken van waar de samenleving naartoe groeit. Jeroen zegt in de voorstelling: ‘’Als je achter de kudde aanloopt, stap je in de stront van anderen’’ en ik zeg: ‘’ik heb een stad aan gedachten bedacht en hoop de weg naar huis te vinden zonder te verdwalen’’. Er zit iets van een wereldverbeteraar in mij, maar op predikanten zit niemand meer te wachten.  Het zou mooi zijn als iets wat wij maken als kompas kan dienen. Ik wil het aandoenlijke van de spartelende mens laten zien.’

En dan?
‘Dan realiseren mensen zich dat zij net zo ‘anders’ zijn als degene die ze eigenaardig vinden. Jeroen en ik spelen in het theater dat hij de vrolijke jongen is en ik de zure, serieuze man. Die twee mannen komen ergens samen.’

Volstaan de vormen die jullie gebruiken voor dat hoge doel?
‘John de Mol vroeg niet zo lang geleden aan me: ben je eigenlijk acteur, schrijver of zanger? Geen idee. Daarom denken we er nu over na om alle vormen bij elkaar te brengen in één TV-format.’

Vaag…
‘Ik kan er nog niet zoveel over zeggen, maar we zoeken een vorm dat de theatershow, de nummers, de TV-satire en allerlei gesprekken met bijzondere mensen bij elkaar komen in een TV-programma.’

Je had het er net even over, maar ben je eigenlijk boos op je ouders over je jeugd?
‘Een ex-vriendinnetje vroeg een keer: vind je het vervelend dat het bij ons altijd zo gezellig is? Helemaal niet want juist door die situatie thuis vluchtte ik vaak naar mijn middelbare school waar cabaret, sport en de schoolkrant waren. Zo’n moeilijke zoon was ik trouwens ook niet, ik kwam goed uit mijn woorden en had hele goede gesprekken met mijn ouders. Het was alleen soms niet zo gezellig thuis. Dan moesten we met z’n allen in therapie omdat mijn broer weer eens iets had gedaan of van huis was weggelopen.’

Wat was er met je broer aan de hand?
‘Hij kwam iets te vaak met drugs in contact en opvangtehuizen hunkerden destijds ook naar zulke probleemjongeren. Maar mijn ouders raakten behoorlijk van slag van als er weer allerlei vreemde mensen bij ons rondliepen. Op een dag kwam ene meneer Van Heugten op bezoek, maar ik was de enige die thuis was. Dus ik geef die man keurig een bakje koffie want ik moest natuurlijk wel laten zien dat mijn ouders ons fatsoen hadden bijgebracht. Ik vraag of hij even in de woonkamer wil wachten want ik moest de afwas afronden. Voordat ik wegliep, zet ik – zonder iets te zeggen – nog even de stereo keihard aan. Vond ik grappig. Klein protest.’

Je weet alles nog goed.
‘Ik heb het allemaal vrij intensief – van een afstand lijkt het – beschouwd. Dat zit ook in mijn karakter, ik vind het leuk om iets toe te voegen in een discussie en vervolgens ga ik rustig kijken welke kant het opgaat.’

En vrouwen? Die zullen het niet geweldig vinden dat jij soms een tijdje volledig je eigen gang gaat.
‘Sommigen zeiden dat ik veel met mezelf bezig was, maar dan deed ik gewoon even niet mee. Mijn manier van leven was thuis lastig uit te leggen. Mijn ouders trouwden voor hun twintigste omdat mijn moeder zwanger was. Ikzelf twijfel of het per definitie de bedoeling is om honderd jaar samen met een vrouw te zijn. Met leuke, inspirerende vrouwen wandel ik graag een tijdje mee, maar op een dag ga je weer eens op huis aan. Van mijn ouders weet ik dat bij elkaar blijven voor de kinderen in ieder geval geen goed idee is. Natuurlijk denk ik zo omdat ik de ware nog niet ben tegengekomen. Als andere mensen daar wel in geloven moet ik heel hard mijn muil houden.’

Nieuwe Revu ontmoet Dennis van de Ven
Locatie: Restaurant Edel in Amsterdam op een donderdag van 17 tot 19.30 uur.
Nog wat gedronken? Van de Ven twee koffie en Nieuwe Revu een koffie en een cola.
Nog iets bijzonders? In 2010 stonden Van de Ven en Van Koningsbrugge opeens op Paaspop in Schijndel als Jurk. Dat was wel even wennen. ‘’Ik had zo weinig ervaring dat ik de muziek op mijn oortjes veel te hard had gezet waardoor ik alleen maar aan het schreeuwen was. Het kostte me moeite om met een soort vanzelfsprekendheid onze gevoelige nummers te zingen. Helemaal als je op zo’n festival ziet hoe mensen, zonder veel interesse in onze muziek, met een nieuw blaadje bier naar hun vrienden lopen.’

 

Gepost in Media | Plaats een reactie

Dossier Internationaal Ondernemen (Brookz)

Halverwege de jaren tachtig bouwde Henk van den Berg als kleine jongen zijn eerste stoere skelter. Inmiddels verkoopt hij er jaarlijks tienduizenden van over de hele wereld en behaalt hij hiermee een miljoenenomzet. Een succesverhaal? Natuurlijk, maar in 2010 ging het even wat moeilijker. Deel 6 van het dossier Internationaal Ondernemen.

Stap 1 Het begin
In 1985 bouwde Henk van den Berg, destijds vijftien jaar, zijn eerste skelter op de boerderij van zijn ouders. Hij ging naar de plaatselijke smid voor het staal en de ketting haalde hij bij de lokale fietsenmaker. Het resultaat was een mooie robuuste variant  op de bestaande, lichte skelters, waarop kinderen van een jaartje of zeven, acht volledig hun energie kwijt konden. Elke vakantie laste hij weer een paar van deze mini-auto’s in elkaar en hij vond er altijd wel weer genoeg afnemers voor in de omgeving van het dorp. In 1992 rondde Van den Berg zijn HTS-studie af. Toen stond hij voor de keuze of hij bij een werkgever aan de slag zou gaan of dat hij het – destijds nog – hobbybedrijfje zou gaan uitbouwen. Van den Berg koos voor het laatste. Hij nam vier medewerkers aan en ging nog meer skelters bouwen om aan de steeds toenemende vraag te voldoen. Zijn ambitie was om zijn kwaliteiten als ‘maker’ uit te bouwen naar het echte ondernemerschap met alle facetten op het gebied van marketing en sales die daarbij horen.

 

Stap 2 Voldoen aan de vraag
In die beginfase van het bedrijf ging het hard. “We hebben ons in die fase vooral beziggehouden met het voldoen aan de vraag. Pas later hebben we een goede marketingorganisatie opgezet, waarbij we de vraag op een actieve manier creëren. Na een paar jaar hebben we dat allemaal wel wat constructiever opgepakt; er kwam een salesorganisatie, we gingen met een vast dealernetwerk werken en het assortiment werd uitgebreid met verschillende modellen zodat de klant iets te kiezen had. Zo maakten we stappen vooruit. We hadden echter nooit het doel om zo groot te worden als we nu zijn. De omzet steeg jaarlijks en wij renden daar een beetje achteraan.’’
In 1996 zette BERG Toys de eerste stappen op de Duitse markt. Mensen uit de speelgoedmarkt zagen de skelters tijdens vakanties in Nederland rijden en informeerden bij Van den Berg of er interesse was om de Duitse markt te betreden. Met een paar kleine aanpassingen werden die skelters geleverd, maar er zat nog weinig beleid achter. Het internationaal ondernemen werd serieuzer opgepakt nadat Henk van den Berg op de speelgoedbeurs van Neurenberg stond.

Stap 3 Neurenberg
Na die eerste incidentele export groeide de ambitie om ook buiten Nederland succesvol te zijn. Het was duidelijk dat er mogelijkheden waren in Duitsland. Om bekendheid te krijgen op de Duitse markt kom je snel uit op de internationale speelgoedbeurs van Neurenberg; de grootste beurs op speelgoedgebied in de wereld. Van den Berg meldde zich enthousiast bij de beursleiding, maar er bleek een wachtlijst van zeven jaar te zijn. Uiteindelijk kreeg hij het advies om zich heel vroeg voor aanvang van de beurs in Neurenberg te melden. Na twee dagen wachten was er inderdaad een plekje vrij op de beursvloer. Van den Berg belde snel zijn beursbouwer die een hele nacht hard doorwerkte om alles in orde te maken. “Het was pionieren, maar een hele mooie manier om te bekijken of onze producten ook in een internationale context bestaansrecht hadden. We kregen daar heel goede reacties en merkten pas op dat moment dat er echt een internationale markt was voor die stoere skelters; het product bestond nog niet voor deze leeftijd.’De beursdeelname was een goede manier van marktonderzoek doen, maar de Duitse markt ging pas echt open toen er intern iemand verantwoordelijk werd gemaakt voor export. Ook kwam er een distributeur in Duitsland om de skelters te leveren aan de verschillende verkooppunten. De vraag naar de skelters nam toe, maar het tempo was dusdanig hoog dat er bijna geen voorproductie nodig was. De productie van de skelters (en trampolines die het bedrijf nu ook maakt) vindt tegenwoordig op verschillende locaties in de wereld plaats. Sommige producten worden compleet in China gemaakt, andere worden volledig in Nederland geproduceerd. “Dat hangt volledig af van de prijs, kwaliteit en het land waar het product naartoe moet. Het is vrij simpel: er is maar een zaak goedkoper in het Verre Oosten en dat is arbeid. De generieke, intensieve arbeid vindt in China plaats. Het volume en de afwerking  brengen we in Nederland aan.’’

Stap 4 Marketing
Na 1996 transformeerde BERG Toys steeds meer van een productiebedrijf naar een marketingorganisatie waarbij de vraag naar skelters op een actieve manier wordt gestuurd. Zo doet het bedrijf tegenwoordig veel aan product placement in televisieprogramma’s.  Natuurlijk is kennis van de lokale markt essentieel om de vraag te beïnvloeden want de speelgoedmarkt is vooral een zeer lokale markt. Waar in het ene land de skelter heel populair is, krijg je elders maar moeilijk voet aan de grond. In Nederland heeft het fenomeen ‘buitenspelen’ bijvoorbeeld heel veel draagvlak, maar in andere landen  is dat een veel minder belangrijk thema. Hoe wist Van den Berg hoe de Duitse markt eruitzag? “We leerden heel veel van onze distributeur en verder moet je vooral goed opletten wat er in een land gebeurt.’’ Een van de aspecten die de Duitse ‘skeltermarkt’ kenmerkt, is het belang van kwaliteit. ‘’Je krijgt vier keer zo snel een claim op het gebied van kwaliteit als in Nederland, maar vier keer nul blijft natuurlijk nul.’’ Daarnaast is de veiligheid heel belangrijk. De Duitse TUV geeft een veiligheidslabel af. Behalve een garantie dat het product aan alle normen voldoet, is dit tegelijk ook een marketingtool. “Consumenten vertrouwen het niet als je zo’n label niet bezit.”

Geen exportstrategie
Een groot gedeelte van de omzet komt inmiddels uit export. Toch kan Van den Berg geen, volledig dichtgetimmerde, exportstrategie overdragen. ‘’Soms ontstaat er in een land spontaan vraag naar onze producten en daarna nemen we het heft wat meer in handen.’’ Deze spontane vraag begint vaak bij de leisure markt: dat zijn de recreatieparken en verhuurpunten, waar de consument voor het eerst kennismaakt met de producten. Mensen huren een skelter en willen er zelf ook eentje.
In Europa is BERG Toys vooral groot in Nederland, Frankrijk, België, Duitsland en Ierland, maar er zijn nog wel wat stappen te maken. Het marktaandeel is goed in het hoogste segment van het ‘eerlijke, tijdloze speelplezier’. In het middensegment is er nog wat marktaandeel te veroveren. “We vullen die behoefte niet in door te bezuinigen op de kwaliteit, maar we maken voor kinderen van drie tot acht jaar een leuke skelter die nét iets goedkoper is dan de modellen voor de oudere kinderen. Die modellen voor wat jongere kinderen worden bijvoorbeeld goed verkocht in Frankrijk en de VS.’’
Er zijn twee internationale trends waarmee Van den Berg rekening heeft te houden. Vooral in het middensegment staat het prijspunt onder druk. “Om die reden laten we producten voor dit deel van de markt volledig in China maken.’’ In de eerder aangehaalde leisure markt ligt het prijspeil minder gevoelig. ‘’De producten voor deze doelgroep worden in de eigen fabriek in Nederland geproduceerd.” De tweede trend is dat kinderen eerder volwassen worden, een trend die zich ook doorzet bij de jongste doelgroep. ‘’Kinderen zijn op jongere leeftijd toe aan  stoer, ‘volwassen’ speelgoed. Hierop moet je inspelen bij het ontwerpen van je producten.”

Stap 5 Problemen overwinnen
Voordat het Amerikaanse avontuur begon, ging Berg Toys door een lastige fase. In 2008 verliet Van den Berg het bedrijf dat hij in de twintig jaar daarvoor met veel enthousiasme had opgebouwd. “Ik miste in die periode het ondernemerschap; het was altijd mijn passie geweest om iets vanuit het niets  op te zetten en met goede ideeën uit te bouwen. Ik voelde dat ik een blokkade werd voor mijn eigen onderneming, doordat ik meer manager moest zijn dan ondernemer. Ik bleef eigenaar, maar de dagelijkse leiding droeg ik over.’’
Van den Berg zette daarna een productlijn op met houten speelhuisjes. Daarnaast werd hij distributeur voor een Amerikaanse speelgoedfirma. In de periode die volgde ging het bij Berg Toys minder goed. “We liepen te ver voor de muziek uit. Financieel kwamen we daardoor in een  moeilijke positie terecht. Er werden investeringen gedaan in allerlei zaken, maar de focus op de kern van het bedrijf ontbrak.  Al die jaren was er sprake geweest van groei. Als dan die groei plotseling uitblijft heb je een probleem.’’
Er waren maatregelen nodig om het tij te keren en Van den Berg keerde terug in de dagelijkse leiding van het bedrijf. Had hij moeite met de maatregelen waaronder het afscheid nemen van mensen? “Het was niet de vraag of ik kon reorganiseren, het moest gewoon gebeuren. Een periode van onzekerheid volgde. Ik had echt veel vertrouwen in de onderneming, maar het was de ultieme test voor ons bestaansrecht. Begin 2011 was het heel lastig, maar aan het einde van dat jaar hadden we weer heel goede cijfers. Daarna ontstond pas het vertrouwen om de Amerikaanse plannen verder uit te bouwen.’’
Van den Berg zegt veel geleerd te hebben van die periode; vooral over het tempo waarin plannen gerealiseerd moeten worden. Rigoureuze stappen passen niet bij de bedrijfscultuur; ondernemerschap is geweldig, maar het moet wel allemaal verantwoord zijn. “Bill Gates heeft wel eens zoiets gezegd als: mensen overschatten wat er in een jaar kan en onderschatten vaak wat er in tien jaar allemaal mogelijk is.’’

Stap 6 VS
De distributeur waarmee het bedrijf in de VS samenwerkt, gaf aan dat de VS en de omringende landen zoals Canada en Mexico veel potentie hebben. Om beter te kunnen inspelen op deze markt nam BERG Toys het bedrijf van de distributeur over. De voormalig eigenaar is nu in dienst en heeft de dagelijkse leiding over de Amerikaanse vestiging.
Op de Amerikaanse markt is de skelter een nog onbekend fenomeen. Kinderen in Amerika vragen al snel: ‘Where is the engine?’ “Maar wij maken geen auto’s met batterijen en gelukkig zie je dat het belang van gezond en actief speelplezier steeds meer doorsijpelt in de markt. Er is ook steeds meer aandacht voor kinderen met overgewicht die lekker moeten gaan bewegen. Ze moeten weer rode wangen krijgen.’’ Een ander kenmerk van de Amerikaanse markt is dat kinderen hun eigen fantasiewereld verder ingevuld willen zien. De skelters in de ‘look’ van Ferrari, John Deere en Jeep, waarmee het bedrijf uit Ede license deals heeft, vallen daarom goed in de smaak. “Het bijzondere aan de VS is dat je de markt volledig moet ontwikkelen. Er is niet eens een woord voor skelter; pedal go-kart noemen wij het. We moeten echt behoefte creëren; dat betekent dat we veel op shows en beurzen staan. We doen ook veel aan guerilla marketing; we zorgen dat onze producten in leuke TV-programma’s en films komen. Op die manier worden onze producten bekend bij het grote publiek en gaan we de komende jaren hopelijk flink groeien.’’

Gepost in Business | Plaats een reactie

Interview Yolanthe (Veronica Magazine)

Yolanthe Sneijder-Cabau (27) presenteert vanaf 16 mei het tweede seizoen van Yolanthe op 3. Vorig jaar al ging de knapste spelersvrouw ter wereld al op bezoek bij de sterren en tijdens deze serie komen we meer te weten over Dirk Kuyt, Paris Hilton en Afrojack.

Wat probeer je naar boven te halen?
‘Ik wil een kant laten zien van mensen die ze normaal gesproken niet zo makkelijk in het openbaar tonen. Meestal lezen of zien we iets over een nieuwe CD of een nieuwe vriendin, maar ik probeer te achterhalen hoe zij echt in het leven staan. Dat doe ik door bij hen thuis te komen of even mee te lopen tijdens hun dagelijkse activiteiten.’

Wie doen er allemaal mee of is dat geheim?
‘Ik ben bijvoorbeeld met Paris Hilton en Afrojack op stap geweest. Paris ken ik vanuit Ibiza waar ze haar eerste single presenteerde in de discotheek van mijn vader. Daarna heb ik contact gehouden en het is een hele leuke, intelligente sociale meid. Omdat het EK half juni begint ga ik de laatste paar afleveringen op bezoek bij John en Charlotte-Sophie Heitinga, Dirk Kuyt en Nigel de Jong. Dirk Kuyt is heel erg openhartig en kijkers zullen hem op een hele andere manier leren kennen. Je ziet hem als een liefdevol vader en dat komt natuurlijk nooit ter sprake in die korte interviews na de wedstrijd.’

Is het een voordeel dat je hen allemaal kent?
‘Het grote voordeel is dat ze mij vertrouwen en daardoor vertellen ze misschien net iets meer dan ze normaal gesproken zouden doen. Ik ga hen natuurlijk ook niet zeer kritisch ondervragen. Zo’n aanpak zou ook helemaal niet bij me passen trouwens. Ik praat gewoon en ondertussen probeer ik de vragen te stellen die de kijkers ook zouden hebben. Ik doe dat niet aan een saaie studiotafel, maar in hun eigen omgeving zodat ze zich comfortabel voelen.’

Maar soms weet je natuurlijk meer dan je laat blijken.
‘Klopt, maar ik zal ze nooit voor het blok zetten. Nick van der Wall, Afrojack dus, ken ik al heel lang en dus keek hij me een beetje verbaasd aan toen ik hem allemaal vragen stelde over zijn leven. ‘’Maar Yolanthe, dat weet je toch allemaal al’’, zei hij dan.’

En zijn Nick en Paris eigenlijk een stel?
‘Dan moet je maar kijken.’

Ivo Niehe, die het programma produceert, was een beetje kritisch na je eerste seizoen. Je zou te weinig tijd nemen voor de interviews, las ik.
‘Dat is een beetje verdraaid in de media. Hij heeft alleen willen zeggen dat ik misschien moet kiezen voor een bepaalde richting. Er zou iets meer uit te halen zijn. Ivo heeft me juist heel goed begeleid. Ik ben trouwens sowieso iemand die zelf ook kijkt wat ik beter kan doen.’

Hoe zit dat eigenlijk met de TROS? Je bent daar toch helemaal niet meer in dienst?
‘Het is heel simpel: ik heb een contract ondertekend bij het internationale managementbureau CAA om te kijken of er acteermogelijkheden voor mij zijn. Acteren is namelijk altijd mijn grote droom geweest en daar heb ik altijd alles voor gedaan. CAA stelde als voorwaarde dat ik regelmatig beschikbaar ben en ik deed best veel. Bovendien ben ik, behalve actrice, ook nog getrouwd. Ik heb toen aangegeven dat ik mijn contract niet wilde verlengen waarop de mensen van de TROS me vroegen om nog wat dingen zonder contract te doen. Yolanthe op 3 is er daar eentje van. ’

En met succes want je rol in Pain and Gain met Mark Wahlberg wordt over de hele wereld opgepakt.
‘Zo zit ik daar echt niet in. Ik doe gewoon mijn best en dan zie ik later wel hoe de reacties uitvallen. Het is gewoon mijn passie om te acteren, om een mooie rol neer te zetten, en het maakt me echt niet uit of dat in Nederlandse of in een Amerikaanse film is. Binnenkort ga ik weer terug naar de VS.’

Je bent er maar druk mee.
‘Het is vrij overzichtelijk, veel meer dan dit doe ik niet dit jaar. Ik ben nog bezig met de opnames, doe de film in de VS, maak een documentaire voor mijn stichting Stop Kindermisbruik en bovendien komt Euro 2012 er aan. In mei ben ik een paar dagen met mijn stiefzoontje in Zwitserland om Wesley uit te zwaaien en natuurlijk ga ik ook in Polen en Oekraïne kijken.’

Kunnen we een beetje gerust zijn op de vorm van Wesley?
‘Hij is lang geblesseerd geweest, maar nu is hij echt fit en dan gaat het ook goed.’

Zondag is het trouwens Moederdag. Ga je er nog iets aan doen?
‘Ik heb een hele goede band met mijn eigen moeder én met mijn schoonmoeder dus die hebben zeker een bloemetje verdiend. Het is toch geweldig dat er zo’n dag is want het is natuurlijk een behoorlijk zware taak.’

Gepost in Media | Plaats een reactie

Interview Louder Ruud de Wild en Eric Corton (Radio 538)

‘Het sneeuwde nog wel eens op vrijdag’

Ruud de Wild vroeg Eric Corton voor dit dubbelinterview omdat hij de liefde voor muziek, BNN en tatoeages met hem deelt. De Wild vindt Corton een voorbeeld van iemand die helemaal zichzelf is gebleven in een wereld waarin de wetten van de commercie regeren.

Jullie kennen elkaar van de begintijd van BNN?
Eric:
‘Ik ben er een half jaar later bijgekomen.’
Ruud:
“Uit onderzoek bleek dat Eric, Bart de Graaff, Eddy Zoey en ik samen
de perfecte BNN-kijker waren. Humor, brutaal, maar we straalden ook iets van
‘we care’ uit. Hoewel dat een kutwoord is natuurlijk.’

Jullie waren allemaal in de twintig.
Eric:
‘Ik zat er wat anders in dan Ruud. Ik doe bij BNN nog steeds het
muziekprogramma That’s Live want mijn hart ligt bij de muziek.’

Ruud: ‘Dat was wel mooi aan BNN. De meeste omroepen zoeken makers bij programma’s en bij BNN was het andersom.’

Was het een wilde tijd?
Ruud: ‘Ik moet even rekenen dat dingen niet gaan overlappen, welke tijd bedoel je?’

Eric: ‘De vrijdagmiddagborrel begon daar op dinsdag. Er werd wat afgezopen en gedaan. Het sneeuwde nog wel eens op vrijdag, laten we het daar op houden.’

Ruud: ‘’Gezopen en gedaan’, is wel aardig samengevat. Ik heb de belofte gedaan: wat op reis is blijft op reis. En ja, als je een kater had dan begon je gewoon een uurtje later. Of twee uurtjes.’

Eric: ‘Wat denk je? Eind twintigers die losgelaten worden op de wereld. Opeens zat je bij een rebellenclub die in niets leek op hoe het er bij andere omroepen aan toe ging. Dit waren mannen die elkaar heel hard op de schouders sloegen en daarna maakten ze een programma.’

Was het ook wel eens serieus?
Ruud: ‘Heel vaak. Er was een soort directiegeweten met Gerard Timmer, Maarten van Dijk en Laurens Drillich. Zij hielden het evenwicht in de gaten en Bart moest ook in toom gehouden worden.’

Eric: ‘En omdat Bart stenen door de ruiten van een tankstation gooide, dwong hij Ruud en Eddy om ook zo te denken. ‘

Ruud: ‘Ik zal nooit de actie vergeten dat we deden alsof ik een week geschorst was door BNN. Kreeg ik een woedend telefoontje van de directeur. ‘’We zouden jou nooit schorsen, we zijn godverdomme de TROS niet’’.’

Niet alles was goed natuurlijk.

Eric: ‘Zeker niet. Ik heb toen ook dingen van BNN gezien die echt niet konden.’

Ruud: ‘Van de vijf programma’s die ik maakte, waren er drie wanstaltig. Ruud’s
Record Show
was verschrikkelijk.’

Eric: ‘Bij BNN moest altijd wel ergens een lekker wijf uit een kast vallen en dat was niet altijd nodig.’

Ruud:  ‘En dat alles onder het motto: dode dieren, tieten en schieten.’

Eric: ‘Het ging ook zo snel allemaal want de bazen zaten gewoon tussen ons in. Er werd volgens mij nooit twee dagen over nagedacht.’

Ruud: ‘Het mooie aan BNN is dat het noch rechts, noch links is. Ik heb Eric hiervoor gevraagd omdat hij lekker altijd zijn eigen pad heeft gekozen. Zijn werk voor het Rode Kruis en de muziek bepalen die weg. Ik hou van echte mensen die hun nek uitsteken.’

Muziek is altijd jouw basis, Eric?
Eric: ‘In het begin was That’s Live een soort magazine-achtig programma waarin óók werd gesproken over condoomgebruik in Zeeland, maar dat vond ik niks. Ik hou van een beetje stevige muziek.’

Ruud: ‘Ik ben meer van de melodramatische pussy platen waarvan er veertig worden verkocht. Maar mijn luisteraars val ik daar niet mee lastig.’

Eric: ‘Is er een band die je zou willen draaien, maar wat niet kan op Radio 538?’

Ruud: ‘Nee hoor, als ik iets mooi vind dan draai ik dat gewoon. Spinvis hoort niet zo bij Radio 538, maar we draaien het wel. Maar ik ben helemaal niet zo’n muziekdiscipel. Iedereen moet lekker zelf weten wat ze willen horen.’

Greg Holden plugde je wel tijdens Serious Request?
Eric: ‘Misschien ben ik iets meer missionaris dan Ruud. Greg stuurde me zijn nieuwe plaat. Die heb ik geluisterd en toen ben ik naar Paradiso gestapt met de vraag of ze een keer een plekje over hadden. Dat kon wel, maar dan moest ik wel die plaat af en toe draaien. In de tussentijd mailde hij me een liedje en dat heb ik meegenomen naar Serious Request. Het is mooi als het op die manier kan.’

Wat vind je eigenlijk van Idols, X-Factor en The Voice?
Eric: ‘Ik vind het prima dat het bestaat, maar heb er verder niets mee. Ik vind het alleen niet zo geweldig dat anderen commerciële keuzes maken voor de muzikanten. Je moet als zestienjarige beseffen dat ze die keuzes maken omdat ze geld in je zien. En het is de vraag of dat op die leeftijd kan.’

Jij begeleidt toch ook wel eens mensen?
Eric: ‘Klopt, maar ze moeten het helemaal zelf doen. De basis is een liedje en vervolgens bekijken we wat daarmee te doen is.’

Sluiten jullie zelf wel eens een
compromis voor de commercie?

Ruud: ‘Je kunt niet zomaar alles roepen, maar dat geldt ook voor Eric. Als Coca-Cola Serious Request sponsort, zeg je niet dat Coca-Cola ruk is.’

Eric: ‘Je maakt een afweging. Ruud maakt kunst en op het moment dat hij wordt gevraagd door Radio 538, stelt hij zichzelf de vraag of hij daarmee geloofwaardig blijft. Maar ondanks dat het bij BNN niet meteen om de luistercijfers draait, ben ik toch wel blij als ze goed zijn.’

Ruud: ‘Als Eric niet scoort, duurt het hooguit drie maanden langer voordat hij er wordt uitgeflikkerd.’

Ben je wel altijd eerlijk?
Ruud: ‘Ik heb bizar veel geleerd van Gerard Timmer, het type charismatisch leider dat ook je broer of je oom kan zijn. Hij coachte altijd om vooral jezelf te blijven.’

Je zet geen merk Ruud de Wild neer?
Ruud: ‘Nee. Als ik Eric tijdens Pinkpop aan het werk zie dan loopt daar een echte muziekliefhebber. Eric zou bij Radio 538 binnen twee weken iemand op zijn smoel slaan omdat hij verschrikkelijke muziek moet draaien.’

Eric: ‘Het is fijn om tegen twaalven zachtjes in de microfoon te kunnen roepen: mensen, is het al tijd voor Slayer? En als er dan via sms, mail en Twitter keihard JAAA!! binnenkomt dan draai ik desnoods twee keer Slayer. Ik gooide Sex on Fire van Kings of Leon er zes keer achter elkaar in. Dat moet wel spontaan gebeuren want anders kom je er niet mee weg. Ik ging pas op mijn 27-ste radio maken en er werd altijd ingestampt: alles wat fake is moet weg want we willen jou horen. Als je dan kritisch naar jezelf luistert, begrijp je wat je moet doen.’

Ruud: ‘Dat is essentieel. Als er een probleem is in mijn team heeft dat altijd met echtheid te maken. Ik kan het me niet permitteren dat mensen een act opvoeren want de luisteraars voelen dat meteen.’

Eric: ‘Bij 3FM zitten er jonge talenten in de nacht en daar gaat soms wel eens wat mis. Zo belde ooit iemand om 2 uur ’s nachts een man van 99 uit zijn bed die hij voor de gek ging houden. Die oude man was duidelijk in paniek..Dat kan wat mij betreft echt niet.’

Heb jij veel fouten gemaakt Ruud?
Ruud:
‘Ik heb wel een ruzietje teveel gemaakt in mijn leven. Daarin ben ik wat rustiger geworden en dat brengt me verder als radiomaker. Ik probeer het nu over de tieten van Paay te hebben, maar ook over Auschwitz.’

Eric: ‘Bijzonder dat je daar heengaat.. Ik ben vorig jaar voor mijn programma met drie luisteraars naar het Anne Frank Huis gegaan waar we met Auschwitz-overlevenden hebben gesproken.’

De reacties op jouw initiatief waren nogal zuur Ruud. Auschwitz bij Radio 538…..

Ruud: ‘Ik ben me acht weken aan het inlezen; documentaires kijken, boeken lezen. Je knapt er niet van op, maar ik wil dat heel graag. We maken bijvoorbeeld een hoorspel waarin mijn dochter van twaalf een meisje speelt dat onderweg is naar het kamp. Er zit ook een opa in en daarvoor heb ik Herman van Veen gevraagd. Die zei meteen ja en hij schrijft ook mee aan het verhaal. De zure zeikerds moeten hun bek gewoon houden. Het gaat er júíist om dat je niet alles in een hokje moet proppen.’

Eric: ‘Toen ik het las, dacht ik: oei, daar zal veel commentaar op komen. Terwijl ik weet dat Ruud er geen verkeerde ‘wat-was-het-erg-in- Auschwiz- show’ van maakt. Je moet het pas beoordelen als hij er is geweest. Er is een wereld te winnen bij jongeren want ik kreeg ook wel eens sms’jes binnen met de strekking: hou eens op over dat gelul over die joden.’

Ruud: ‘We hadden bij 538 een discussie over reclame; het kost natuurlijk een godsvermogen om die uitzending te maken en wij krijgen niks van de overheid. Sommigen zeiden: misschien moeten we geen reclame maken, maar er stond iemand op die zei: waarom zouden we bij mooie radio opeens géén reclame maken.’

Waarom doe je dit eigenlijk?
Ruud: ‘Mijn dochter uit mijn eerste huwelijk vroeg me laatst: papa, hoe zit het nou met Anne Frank? Mijn huidige vrouw komt uit Libanon dus we hebben nogal eens een Joodse discussie thuis. Ik heb twee half Libanese kinderen, waarvan er een vrij donker is.’

Eric: ‘Ik twee kwart Surinaamse kinderen waarvan de oudste van dertien zich nu met slavernij bezighoudt. Mama en opa zijn namelijk bruin en dat maakt onderdeel uit van hun geschiedenis. Er worden vandaag de dag nog steeds hele bevolkingsgroepen vermoord vanwege hun afkomst dus is het belangrijk.‘

Je moet wel de goede toon vinden voor zo’n programma.

Ruud: ‘Langzaam loop ik naar het einde van mijn loopbaan als dj en het wordt tijd om mijn ‘five wishes list’ waar te maken. Ik heb de mannen van U2 ontmoet en dít wil ik ook graag doen. Samen met mijn vrouw heb ik een studie van drie maanden gedaan over het derde rijk waarbij we van de ene Duitse stad naar de andere trokken. De basis was: hoe
leg ik mijn dochter uit wat er is gebeurd in Auschwitz? De documentairemaakster Jessica Villerius zei: dan maak ik voor jouw dochter een document. Dan kan ik ook nog wat fatsoenlijks achterlaten in plaats van allen maar pulp.’

Is het belangrijk om niet alleen maar TV of radio te maken. Eric zet zich in voor het Rode Kruis en jij bent ook kunstenaar?
Eric:
‘Het feit dat ik aandacht wilde voor de ellende in de wereld heeft altijd al in me gezeten en ik ben blij dat Het Rode Kruis op mijn pad kwam. Ik kan daarin kwijt wat ik altijd al gevoeld heb.’

Ruud: ‘Je ziet wel eens BN-ers waar het vanaf druipt dat het goede doel gewoon een PR-ding is. Ik heb meegemaakt dat een BN-er in een resort logeerde en af en toe maakte hij even een zogenaamd gevaarlijk filmpje. Er zijn gewoon managementbureaus die dat bedenken. Maar bij Eric weet je dat hij oprecht is.’
Eric: ‘Het voelt voor mij heel natuurlijk. Ik werk bij het Rode Kruis en vorige week was ik –  zonder camera’s  - in Kenia.’

Ruud: ‘Mijn vrouw waarschuwt me altijd dat ik geen goededoelenhoer moet worden. Je moet je wel echt inzetten. ’

Is het cynisch dat er alleen aandacht is als er een bekende bij betrokken is?

Eric: ‘Natuurlijk is dat zo, maar dat moet je accepteren want het is al lastig genoeg om fondsen te werven. Je maakt wel een risicoanalyse van je reis, maar er zijn plekken waar ik pas achteraf iets over verteld heb thuis. Er zijn de laatste tijd zoveel
hulpverleners vermoord waarbij het niet meer uitmaakt dat je daar bent om te helpen. Er zijn ook mensen van het Rode Kruis overhoop geschoten.’

Ruud: ‘Ik heb hardgelopen in Libanon en dan voel je de geweren ook in je rug priemen.’

Zegt je vrouw nooit; sla maar eens een
reisje over Eric?

Eric: ‘Nee, want ze weet hoe belangrijk dit voor me is. Daardoor krijgt ze ook een leukere man terug.’

Hoe zit bij jou Ruud; hoe functioneren radio maken en kunst naast elkaar?
Ruud: ‘Als ik alleen in de kunstwereld zou werken, was ik gek geworden. Ik had het atelier van Karel Appel en toen vroeg een collega-kunstenaar een keer aan mij: mag ik kijken in het heiligen der heiligen? Die ging zich bijna bij de deur staan aftrekken op Appel. Ik heb dat atelier meteen verkocht. Je komt rare snuiters tegen.’

Kun je goed tegen kritiek op je werk Ruud?

Ruud: ‘Ik schilder twintig jaar en pas de laatste twee jaar maak ik wat minder rommel. Ik ben altijd kritisch, ook op mijn radiowerk trouwens.’

Eric: ‘Dat delen wij ook. Snel een richting zoeken en dan meteen van iedereen verlangen dat ze meegaan. En zonder kritiek kom je nooit een reet verder. ‘

Ruud: ‘Ik kan goed tegen kritiek, maar flauwe stukjes in de krant kunnen mij echt woedend maken. Dat oordelen ook altijd. Zou ik nooit doen.’

Dat hoort er wel bij.
Eric: ‘Maar je moet niet alles pikken. Als er absolute onwaarheden zijn dan moet je daar tegen optreden. Zo rond Serious Request wordt mijn werk ook vrij kritisch benaderd.’

En jij Ruud?
Ruud: ‘Ik word liever niet leuk gevonden dan middelmatig. Mijn kunst kun je mooi vinden of niet.’

Eric: ‘Als iemand mij verwijt dat ik dat werk voor het Rode Kruis als een prinses vanuit het Hilton doe dan heb je echt een probleem.’

Weer een BN-er die schildert?
Ruud: ‘Dat is irritant want dan is het dom gelul en ik heb niet zoveel met domme mensen. Als je niet weet waar je over lult, moet je je mond houden.’

Hoe lang ga je nog door Ruud? Omdat je het opeens over je houdbaarheidsdatum had.

Ruud: ‘Geen idee, maar het wordt tijd dat de nieuwe Ruud opstaat.’

Gepost in Media | Plaats een reactie

Rondetafelgesprek over ruimtevaart (Metro)

‘Pas op met wat je weggooit’
Noordwijk (thuisbasis ESA ESTEC), Leiden (astronomie en life science studies) en Delft (TU) willen de komende jaren samen optrekken om studenten, bedrijven en de overheid te betrekken bij ruimtevaart. In een rondetafelgesprek met Leendert de Lange (wethouder gemeente Noordwijk), Wilfried Boland (directeur NOVA, de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie, Leiden) en Jeroen Rotteveel (CEO ISIS – Innovative Solutions in Space, Delft) praten we over de samenwerking, het werven van studenten, het interesseren van bedrijven en de boodschap voor de landelijke politiek .   

Waarom is samenwerking belangrijk?
De Lange:
“Het is belangrijk dat onderzoeksinstituten, universiteiten en bedrijven samenwerken want uiteindelijk grijpen die belangen in elkaar. Een bedrijf moet goed gekwalificeerde mensen hebben en andersom is het prettig als er voldoende werkgelegenheid is. We willen voorkomen dat succesvolle Nederlandse bedrijven een vlucht nemen naar het buitenland. Het vestigingsbeleid van de lokale overheid moet goed zijn.’

Welke factoren zijn belangrijk?
De Lange:
‘Er moeten bijvoorbeeld veel faciliteiten zijn voor expats want het is een internationale business. Bovendien is het belangrijk dat bedrijven toegang hebben tot kennis over ruimtevaart en tot scholen om jong talent te mobiliseren.’

Jeroen, bij ISIS werken veertig mensen. Komen die uit de hele wereld?
Rotteveel:
‘Bij ons werken mensen van in totaal veertien nationaliteiten.
Ruimtevaart is een internationale business. Je zet die mensen natuurlijk wel in een vreemd land neer en dat is niet altijd gemakkelijk. Het is wel prettig dat er in deze regio veel expatcentra zijn waar ze op weg geholpen worden met diverse registraties, aanvragen, scholen en woningen. Essentieel is ook de bereikbaarheid. Dat soort voorzieningen helpt om mensen te interesseren voor Nederland want specialisten kunnen overal in de wereld aan de slag gaan.’

De Lange: ‘Er wonen veel mensen van ESTEC in de binnenstad van Leiden, maar ook in Wassenaar en Den Haag. We hebben nu in Noordwijk mogelijkheden voor internationale kinderopvang’

De basis van de space-bedrijven wordt toch gevormd door Nederlanders. Zijn er voldoende gekwalificeerde mensen hier?
Boland: ‘Die mensen met een bèta-opleiding heb je echt nodig en daar mag wel wat meer in geïnvesteerd worden. Er wordt op de middelbare school te weinig aandacht besteed aan bèta-onderwijs. Je zou er zelfs nog eerder bij moeten zijn want de meeste van onze studenten raakten geïnteresseerd in sterrenkunde tussen hun achtste en tiende. We gaan nu naar scholen om over de sterren en planeten te vertellen. Wat ook belangrijk is dat we die talenten later ook behouden voor Nederland.’

Rotteveel: ‘Dat is een probleem. Behalve ESTEC is de ruimtevaartindustrie nog niet zichtbaar genoeg in de regio. Je kan terecht in het Midden- en Kleinbedrijf en bij kennisinstituten, maar dat staat niet zo goed op het vizier. Er ontbreekt een grote industriële speler en die is er in het buitenland wel.’

De Lange: ‘Je merkt nu dat er veel aandacht is voor ruimtevaart door André
Kuipers. In Noordwijk zijn heel veel klassen die daar aandacht aan besteden.’

Rotteveel: ‘We doen ook veel projecten om bètastudies te promoten op middelbare scholen. Daar wordt vaak, ten onrechte gedacht dat lucht- en ruimtevaart te zwaar of te ingewikkeld is. Cijfers zeggen ook niet alles; ik had ook maar een 6 voor Wiskunde B, maar geen probleem met de studie lucht- en ruimtevaarttechniek in Delft.’

Ruimtevaart heeft een beetje een elitair imago…

Boland: “Niet terecht want er zijn bijvoorbeeld ook veel vakmensen nodig die iets kunnen maken. Het is belangrijk om heel precies te werken want je kunt geen fouten maken.’

Rotteveel: ‘Lang niet alles in de ruimtevaart is ‘rocket science’; inzet voor kwaliteit en betrouwbaarheid is minstens zo belangrijk.’

Er moet wel bezuinigd worden. In november zal Minister Verhagen waarschijnlijk tegen zijn collega-ministers van ESA-landen vertellen dat Nederland haar contributie verlaagt. Is dat een goede ontwikkeling?

De Lange: ‘’Dat zou een buitengewoon onverstandige beslissing zijn. Alle betrokken partijen moeten zeggen: pas nou op met wat je weggooit. Je hebt iets opgebouwd met een instituut als ESTEC en dat moet je niet zomaar laten gaan. Je krijgt elke euro die je investeert in ruimtevaart meer dan drie keer terug.’

Rotteveel: “Je kunt niet zomaar besluiten om een paar jaar niet te investeren in ruimtevaart. Dan gooi je de investeringen die je voorheen hebt gedaan weg. Voor high-tech bedrijven kan het betekenen dat de meerwaarde van onze ontwikkelafdeling in Nederland een stuk minder wordt en we die wellicht moeten gaan verplaatsen.’’

Boland: “Als onze regering de ambitie heeft om bij de Top Tien kennislanden te horen dan moet je investeren in kennis. We dreigen het echt te verliezen van landen als Noord-India en China. Op die manier worden die landen ook weer interessanter voor talenten in de ruimtevaart en dan krijg je in Nederland dus een negatieve spiraal.’    

Gepost in Business | Plaats een reactie